De toestand is ernstig, maar niet hopeloos

 

Ook op de wegen van en naar Kabinda zie je ze met tientallen: de pedaleurs. Jonge mannen en soms ook vrouwen die zwaar beladen fietsen door het zand of – in het regenseizoen –  door de modder voortduwen. Het transport met vrachtwagens over de onberijdbare wegen is immens duur en soms zelfs onmogelijk. Dus transporteren de Congolezen hun koopwaar (palmolie, brandhout, houtskool, …) zelf vanop het platteland naar de stad. Met fietsen van zo’n 200 à 300 kg zwaar. Zoals Broeder André Kateba (overste van de communauteit van de Broeders van Liefde in Kabinda) zei: slavenarbeid is het, want zekerheid dat ze hun koopwaar verkocht krijgen hebben ze niet en veel geld krijgen ze niet voor hun waar. Bovendien put dit werk hun ondervoede lichamen in een mum van tijd uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het fenomeen van de pedaleurs bestaat intussen zo’n 20-tal jaar en is tekenend voor de situatie in het Congo van nu.

 

In 1996 maakte Laurent-Désiré Kabila een eind aan 31 jaar regering van Mobutu Sese Soko maar niet aan het politiek systeem gebaseerd op corruptie en uitbuiting dat hij introduceerde. Ook de huidige president Joseph Kabila blinkt niet uit in leiderschap. Hij is een kameleon (dixit Broeder André).

 

Waarom zegt men hier altijd dat een of andere realisatie ‘un don présidentiel’ of ‘un don ministériel’ is? Het gaat toch niet om giften, maar om de rechten van de mensen. Het is gewoon de taak van de president zich daarmee bezig te houden. Hij is toch niet verkozen om giften uit te reiken? Politiek, dat is de kans om te besturen, maar in Afrika deugt alleen Mandela. Al de rest zit in een soort vakbond voor presidenten. Papa Ndongala, muzikant in Kisangani, maakte zich voor de laatste keer van zijn leven goed boos op 13 november 2008. Hij overleed enige weken later. (Keyzer, 2009)

 

Het omverwerpen van Mobutu’s regime was bovendien het begin van jarenlange rebellenoorlogen waarbij iedereen een graantje van Congo’s onmetelijke bodemrijkdommen probeerde mee te pikken. In deze oorlogen raakten uiteindelijk 9 Afrikaanse landen, vele VN vredesmissies en 20 gewapende milities betrokken. Sinds 1998 vielen er niet minder dan 5,4 miljoen slachtoffers. Meer dan 90% van hen stierven ten gevolge van malaria, diarree, longontsteking en ondervoeding; het gevolg van de ongezonde omstandigheden in overbevolkte vluchtelingenkampen. Bijna de helft van het aantal slachtoffers waren kinderen onder 5 jaar. De oorlogen waren een ramp voor de infrastructuur in het land. Jarenlang werd er niet meer geïnvesteerd in gebouwen en wegen.

 

Gebrekkige infrastructuur, corruptie, wanbestuur en onverantwoordelijkheid van de verantwoordelijken op alle bestuursniveaus belemmeren de ontwikkelingskansen van het land. Dit is het land dat Mobutu met heel veel buitenlandse, vooral Westerse, steun gecreëerd heeft.

 

Op de overheid kunnen Congolezen niet rekenen. Maar ze blijven niet bij de pakken zitten.

Hun levenskracht is groot. Ze hebben één gemeenschappelijk devies dat gemeenzaam "Article quinze" van de grondwet wordt genoemd: "débrouillez-vous" (trek uw plan). Zie ook aflevering 6 van Bonjour Congo, de Canvasreeks van Rudi Vranckx..

(http://www.canvas.be/programmas/bonjour-congo/server1150ac4af%3A12f203887bd%3A-7a61)

 

Nergens ter wereld vind je zulke vindingrijke, amicale en sociale mensen als in Congo. De onderlinge verbondenheid is er erg groot. Zoals Thierry Michel, regisseur van de film Congo River stelt: ‘Je moet ook wel als de ellende dergelijke omvang aanneemt’.

 

Op middellange termijn zal Congo zich als land oprichten om zich uit deze aanslepende situatie van blijvende armoede te trekken. De voornaamste uitdaging zit in degelijk politiek bestuur. De hefboom daartoe zal komen van een slagvaardig en bewust middenveld. Het zullen de Congolezen zelf zijn die hun belangen in beleid zullen omzetten. De weg daartoe is democratisering en degelijk onderwijs!’ (Blog Luk in Congo)

 

In die zin is het project van de Zuidactie 2015 dat kinderen degelijk onderwijs wil aanbieden een project voor de toekomst van Congo. En is elke cent die in Kintu Kimune geïnvesteerd wordt, goud waard!

 

En er is nog meer goed nieuws. Op 24 februari 2013 ondertekenden 11 Afrikaanse landen (waaronder Congo) en 4 internationale organisaties (waaronder de VN) het internationaal akkoord van Addis Abeba. In dit akkoord voor vrede, veiligheid en samenwerking werd o.m. afgesproken dat Afrikaanse landen geen steun meer verlenen aan de rebellen. In Congo zelf wordt momenteel onderhandeld om een nationale dialoog op te zetten die verzoening kan brengen en legitimiteit kan creëren.